login-icon Log In

Tuatha de Danann

Oorsprong van de verhalen

In de middeleeuwse Ierse tekst Lebor Gabála Érenn (Het Boek van de Invasies van Ierland) wordt de geschiedenis van Ierland beschreven als een reeks van opeenvolgende, verschillende volkeren. Deze pseudo-historische vertelling combineert elementen van Bijbelse verhalen met inheemse Ierse mythologie en was bedoeld om Ierland een oorsprongsverhaal te geven dat vergelijkbaar was met dat van andere volkeren. Hoewel de Lebor Gabála Érenn in de middeleeuwen als een historisch werk werd beschouwd, wordt het tegenwoordig door wetenschappers gezien als een mythische constructie.

Verschillende volkeren

Volgens de Lebor Gabála Éren werd Ierland als eerste bevolkt door Cessair, de dochter van Bith, een zoon van Noach. Zij leidde een groep van vijftig vrouwen en drie mannen naar Ierland om te ontsnappen aan de zondvloed. Deze nederzetting eindigde in een tragedie waarbij allen, op Fintan mac Bóchra na, omkwamen. Fintan overleefde door zich te transformeren in verschillende dieren en werd zo een bron van wijsheid in latere verhalen.

Na de zondvloed arriveerde Partholón met een groep van vierentwintig mannen en vierentwintig vrouwen. Hij introduceerde landbouw, veeteelt en huisvesting in Ierland. Zijn volk werd getroffen door een plaag die hen volledig uitroeide.

Daarna volgde Nemed, die met zijn volgelingen forten bouwde en oorlog voerde tegen de Fomoriërs, een vijandig volk dat al in Ierland aanwezig was. Na zware verliezen en een hoge belasting die de Fomoriërs oplegden, werd het Nemedische volk grotendeels uitgeroeid door een plaag. De overlevenden vluchtten uit Ierland.

Een van de groepen die afstamden van de Nemedians keerde terug naar Ierland als de Fir Bolg. Zij vestigden een koninkrijk en verdeelden het land in vijf provincies.  Hun heerschappij eindigde met de komst van de Tuatha Dé Danann, met wie zij de Eerste Slag van Mag Tuired voerden en verloren.

Tuatha Dé Danann

De Tuatha Dé Danann, letterlijk "Stammen van de godin Danu", vormen een centrale groep in de Ierse mythologie. Hun verhaal wordt voornamelijk verteld in de Lebor Gabála Érenn. Zij zouden afkomstig zijn uit vier mythische steden in het noorden: Falias, Gorias, Murias en Findias. In deze steden leerden zij diverse kunsten, waaronder magie, geneeskunde en smederij.

Bij hun aankomst in Ierland brachten zij vier magische voorwerpen mee:

  • De Steen van Fál uit Falias,
  • De Speer van Lugh uit Gorias,
  • Het Zwaard van Nuada uit Findias
  • En de Ketel van de Dagda uit Murias.
Deze voorwerpen symboliseerden respectievelijk soevereiniteit, onoverwinnelijkheid, onvermijdelijke overwinning en overvloed.

Tijdens de hierboven al genoemde slag tegen de Fir Bolg verloor hun koning Nuada zijn arm, waardoor hij zijn koningschap moest opgeven. Later, na het verkrijgen van een zilveren arm, herwon hij zijn positie. De Tweede Slag van Mag Tuired vond plaats tegen de Fomoriërs. In deze strijd werd Nuada gedood door Balor, maar Balor werd op zijn beurt verslagen door Lugh, de kleinzoon van Balor, die vervolgens koning werd.

De heerschappij van de Tuatha Dé Danann eindigde met de komst van de Milesiërs, die volgens de mythologie de voorouders zijn van de huidige Ieren. Na hun nederlaag trokken de Tuatha Dé Danann zich terug in de sídhe, ondergrondse heuvels, en werden zij geassocieerd met het elfenvolk, de fairies in latere folklore. Er zijn nog op heel veel plekken heuveltjes in het Ierse landschap. Geen boer zal het in z'n hoofd halen om hier in te graven of deze te beschadigen. Dit zou ongeluk brengen. De ervaring tijdens vele reizen leert dat deze plekken energetisch zeer interessant zijn.

De naam Tuatha Dé Danann betekent letterlijk "Stammen van de godin Danu". Het woord Tuatha is het meervoud van tuath (stam, volk), is een verbogen vorm van dia (god), en Danann is een genitivusvorm die wordt opgevat als "van Danu". Danu zelf is echter een enigszins raadselachtige figuur. In de Oud-Ierse teksten wordt zij nauwelijks expliciet beschreven. Ze komt bijvoorbeeld niet voor als actieve godin in de belangrijkste overleveringen. De identificatie van Danu als een moederlijke of scheppende godin is grotendeels afgeleid uit latere interpretaties, vergelijkingen met andere Indo-Europese godinnen, en het feit dat de groep "Tuatha Dé Danann" naar haar is vernoemd. Veel moderne auteurs noemen haar een moedergodin, maar dit is grotendeels hypothetisch en gebaseerd op vergelijkende mythologie, niet op primair middeleeuws Iers bronmateriaal.

De associatie met water, rivieren zoals de Donau (Danuvius), en vruchtbaarheid is een reconstructie die voortkomt uit taalkundige en religiehistorische vergelijkingen, maar deze zijn niet onderbouwd door directe literaire of archeologische bronnen binnen Ierland zelf.

Er bestaan geen wetenschappelijk onderbouwde verbanden tussen de Tuatha Dé Danann en de Anunnaki, de goden uit het Mesopotamische pantheon. De suggestie dat er een verwantschap zou zijn tussen deze groepen komt voor in esoterische en alternatieve publicaties, maar wordt door geen enkele erkende taalkundige, archeoloog of historicus ondersteund. De Anunnaki maken deel uit van een  andere culturele, taalkundige en geografische context dan de Keltische wereld. Pogingen om deze twee mythische tradities met elkaar te verbinden worden niet ondersteund door wetenschap. Het is echter wel een opvallend issue en omdat deze naam vaker ook elders in de wereld voorkomt, is het de vraag of de verhalen wellicht toch een stevige kern van waarheid bevatten. 

Er zijn theorieën die suggereren dat de Tuatha Dé Danann oorspronkelijk uit Scythia kwamen. Deze theorieën zijn voornamelijk gebaseerd op de Lebor Gabála Érenn, waarin wordt vermeld dat de voorouders van de Ieren uit Scythia kwamen. Middeleeuwse Ierse geleerden accepteerden deze oorsprongsnarratief als historisch feit. In de 17e eeuw behandelden auteurs zoals Geoffrey Keating in zijn Foras Feasa ar Éirinn de Scythische oorsprong als historisch, hoewel zonder archeologische onderbouwing. Deze theorieën hadden ook een politieke functie, namelijk het legitimeren van een oud en trots Iers verleden tijdens koloniale spanningen.

Er is echter geen direct bewijs dat de Tuatha Dé Danann daadwerkelijk uit Scythia kwamen.

 

Hier maken we vanuit Gofinestera graag een kanttekening:

Hoewel.... In de toponomie van buurland Schotland komen diverse plaatsnamen voor met Armeense wortels. Ook is Callanish, de beroemde steencirkel in de Hebriden, volgens hetzelfde ontwerp gemaakt als Carahunge in Armenië. Er is hier nog veel te ontdekken. De vergelijking met Schotland is gerechtvaardigd. Het is oorspronkelijk dezelfde cultuur die bouwwerken als Queen Maeve's tomb, Newgrange, Callanish en de grote steencirkels van de Orkey eilanden heeft gebouwd. Ook zijn voorwerpen in de tombe van Knowth in Ierland gevonden die uit Orkney kwamen.