login-icon Log In

Cornwall en West-Devon

Een aantal vulkanische granietgebieden, zoals de kale heuvels van Dartmoor en Bodmin Moor vormt de ruggengraat van de langerekte punt van Cornwall en Devon.
 
Daaromheen ligt een afwisselend en glooiend landschap. De randen van de regio, de lange, klifrijke kustlijn, vormen een prachtige natuurlijke grens. De regio heeft ook nog eens een rijke (pre)historie. Hoogtepunten van het gebied zijn: De fraaie kusten met het kustpad en de vele kliffen, de dorpjes en verborgen strandjes. De moerassige granietmassieven van bijvoorbeeld Dartmoor en Bodmin Moor met aan de randen bijzondere dalen.
 
  • Het Arthur verhaal en de daarmee verbonden plaatsen.
  • Een echt oerbosje: Whistmans Wood
  • De Mary-Michael energiebaan met bijzondere (pre)historische plekken.
  • Mount St. Michael, broertje van Skellig Michael in Ierland en Mont St. Michel in Frankrijk.
 
Dit is een gebied om je in onder te dompelen. Er is hier zoveel te ervaren voor alles wat een mens maar wil.
bg-688

Geologie, Landschap en Natuur

Gebergtevorming
 
Cornwall en West-Devon vormen een geologisch fascinerende regio die haar huidige vorm dankt aan de Hercynische (ook wel Variscaanse) gebergtevorming. Deze vond zo’n 280-290 miljoen jaar geleden plaats tijdens het late Carboon en vroege Perm. De continenten Laurussia (waaronder de voorlopers van Noord-Europa) en Gondwana botsten tegen elkaar en vormden samen het supercontinent Pangaea vormden.
 
De gebergtevorming resulteerde in het opstuwen en plooien van bestaande sedimentaire lagen van zandsteen, kalksteen en klei. Door de enorme druk en hitte drong magma omhoog, dat op grote diepte stolde tot graniet. Deze uitgestrekte granieten massa strekt zich uit over ongeveer 250 kilometer, van de Scilly-eilanden tot Dartmoor, met een geschatte dikte van 10 kilometer.
mary-aligment

Geologische opbouw van Cornwall

Granietmassieven


De granietmassa's vormen de ruggengraat van Zuidwest-Engeland: Dartmoor, Bodmin Moor, St. Austell, Carnmenellis, Land's End en de Scilly-eilanden. Je vindt er de karakteristieke tors - gestapelde granieten rotsformaties die ontstonden door miljoenen jaren verwering. Het graniet bevat mineralen zoals tin, koper, lood, zink en wolfraam, wat vanaf de Bronstijd tot uitgebreide mijnbouw heeft geleid. 


Sedimentaire gebieden


Buiten de granietgebieden domineren sedimentaire gesteenten zoals kalksteen, zandsteen en leisteen. Deze gebieden kenmerken zich door groene heuvels, weelderige weilanden en traditionele Cornish hedgerows (struiken- en bomenrijen). 

De kustlijn toont een opmerkelijke geologische diversiteit. De zuidkust van Devon, bekend als de Jurassic Coast, verkreeg in 2001 de UNESCO Werelderfgoedstatus. Deze kust biedt een bijna ononderbroken sequentie van Trias-, Jura- en Krijtrots formaties die 185 miljoen jaar aardgeschiedenis documenteren. De kust is beroemd om haar fossielen.

Devon heeft verschillende belangrijke estuaria zoals de Exe, Dart en Taw-Torridge. Deze gebieden fungeren als cruciale broed- en foerageergebieden voor trekvogels en andere dieren.

Biodiversiteit en natuur

De biodiversiteit van Cornwall en Devon is opvallend rijk dankzij een unieke combinatie van geologische variatie, een mild oceaanklimaat en eeuwenlang kleinschalig landgebruik.
De afwisseling van natte en droge, zure en kalkrijke, open en besloten landschappen creëert een uitzonderlijke verscheidenheid aan leefomgevingen voor planten en dieren.
Elementen als heggen, graslanden, estuaria en zelfs verlaten mijngebieden dragen elk op hun eigen manier bij aan deze ecologische diversiteit.
 

De granietgebieden, zoals die van Dartmoor en Bodmin Moor, kennen een arme, zure en stenige bodem. Hier hebben zich unieke ecosystemen ontwikkeld, met zeldzame heidevegetaties, mossen en korstmossen. In deze ruige gebieden leven soorten die zich hebben aangepast aan het open, winderige en vochtige klimaat, zoals de Dartmoor-pony en bijzondere insectensoorten. In Dartmoor is het niet ongebruikelijk om pony’s, schapen en paarden op de weg tegen te komen.
 

Devon herbergt enkele van de oudste bossen van Engeland. Een voorbeeld is Whistman’s Wood, een oerbos dat al zo’n 7.000 jaar vrijwel onafgebroken bestaat. De biodiversiteit in deze oude bossen is groot, met een rijkdom aan planten, insecten, vogels en zoogdieren.
 

Langs de kust van Cornwall en Devon zorgt de afwisseling van steile kliffen, zandstranden, duinen en getijdenzones voor een dynamisch ecosysteem. Op de kliffen broeden zeevogels zoals zeekoeten en alken, terwijl rotspoelen en getijdenpoelen een schuilplaats vormen voor talloze zeedieren. De estuaria van rivieren als de Dart en de Exe zijn van groot belang als tussenstop voor trekvogels en als overwinteringsgebied voor diverse soorten. Ook keren otters hier langzaam terug, mede dankzij schonere waterlopen en het herstel van natuurlijke oeverzones.

In de bosrijke delen van Devon leven verschillende vleermuissoorten, waaronder de zeldzame vale vleermuis. Heggen en bloemrijke weilanden bieden beschutting aan onder andere egels, vossen en bunzings. Deze komen hier nog volop voor dankzij het behoud van het traditionele landschap.

Steencirkel van Boscawen Un

Een van de best bewaarde steencirkels met een unieke kwartssteen.
grotebeer_tentagel

De hemel heeft voeten in de aarde: langs de Grote Beer

In het landschap van Cornwall zou, volgens Paul Broadhurst (auteur van The Secret Land), een bijzondere samenhang te vinden zijn tussen aarde en sterrenhemel. Hij beschrijft hoe overal in het landschap contouren van dieren zichtbaar zouden zijn, vaak in lijn met oude paden en routes. Deze vormen zouden mythische dieren uitbeelden of verwijzen naar sterrenbeelden en symboliek uit de dierenriem. Het meest opvallende voorbeeld is een figuur die de sterrenconstellatie van de Grote Beer zou weerspiegelen in het landschap rond Tintagel (zie figuur). Volgens deze interpretatie ligt bij de keel van deze aardse 'beer' de waterval St. Nectan’s Kieve, een plek die ook wordt geassocieerd met de Arthur-legende. De kruin van de figuur ligt nabij het dorpje Boscastle, en de beer kijkt richting Tintagel, de vermeende geboorteplaats van koning Arthur.

De Menselijke Geschiedenis

Megalithische Periode (Neolithicum en Bronstijd)

Cornwall en Devon zijn rijk aan megalithische monumenten uit het Neolithicum en de Bronstijd. Dartmoor en Bodmin Moor zijn letterlijk bezaaid met steencirkels, stenenrijen, dolmens en grafheuven. ‘Mega’ betekent groot en ‘lithisch’ komt van het griekse ‘lithos’: steen. Het waren dus volkeren die met ‘grote stenen’ bouwden. Standing stones, stenen rijen, steencirkels, dolmens zijn bekende in het landschap voorkomende vormen.

Deze periode duurde in het algemeen in Europa van zo’n 7.000 tot zo’n 3.500 jaar geleden. De datering lijkt overigens in de loop van de tijd op steeds vroegere data uit te komen. Ook worden wereldwijd steeds meer overblijfselen van deze grote cultuur gevonden, tot zelfs helemaal in India. 

Recent onderzoek heeft aangetoond dat King Arthur's Hall op Bodmin Moor, voorheen beschouwd als middeleeuws, in werkelijkheid dateert uit het Neolithicum (3500-3000 voor de jaartelling en daarmee 4000 jaar ouder is dan gedacht. 

Deze monumenten waren eigenlijk altijd georiënteerd op astronomische gebeurtenissen zoals zonnewenden. En vaak waren ook bepaalde sterren of planeten het focuspunt. Orion, de Maan en Venus waren een paar van de favorieten. De keuze van steensoorten was bewust - men transporteerde soms stenen over grote afstanden vanwege hun magnetische en geleidende eigenschappen.
 
 

Merrivale Stonerow op Dartmoor. Dit maakt onderdeel uit van een groot megalithisch complex met onder andere nog een steenrij, standing stone en steencirkel en vele begraven stenen in het veen.

Cornwall_west_devon2

De Menselijke Geschiedenis

Bronstijd en Mijnbouw
De mijnbouw in Cornwall en Devon begon in de vroege Bronstijd, rond 2300 voor de jaartelling met de winning van cassiteriet (tinerts). Recent onderzoek heeft aangetoond dat Brits tin een cruciale rol speelde in de internationale handel van de Bronstijd, met tinlegeringen die terechtkwamen in het Middellandse Zeegebied en zelfs tot in Israël.  St. Michael's Mount fungeerde waarschijnlijk als antiek handelscentrum voor tin.
 

IJzertijd en Romeinse Tijd
Tijdens de IJzertijd (vanaf 800 voor de jaartelling) werden er heuvelvestingen gebouwd zoals Castle Dore en Chun Castle. Cornwall werd nooit volledig door de Romeinen veroverd; hun aanwezigheid bleef beperkt tot handelsroutes en enkele militaire buitenposten.

Post-Romeinse Periode: Het Koninkrijk Dumnonia
Na het vertrek van de Romeinen (omstreeks het jaar 410) ontstond het koninkrijk Dumnonia, dat zich uitstrekte over het huidige Cornwall, Devon en delen van West-Somerset. De hoofdstad Isca Dumnoniorum (Exeter) werd in de 5e eeuw verlaten, waarna de hoofdstad waarschijnlijk naar het westen verplaatste. Het grootste deel van Devon viel rond 650-670 aan Wessex, terwijl Cornwall onafhankelijk bleef tot 825-829.

Keltische Cultuur en Christendom
Tijdens deze periode bloeide de Cornish-Keltische cultuur en taal. St. Piran wordt traditioneel beschouwd als de patroonheilige die het christendom naar Cornwall bracht in de 5e-6e eeuw. Hij wordt ook geassocieerd met de herontdekking van tin in Cornwall, nadat de Romeinse mijnbouwtechnieken in de vergetelheid waren geraakt.

Middeleeuwen en Moderne Tijd
De Normandische verovering van 1066 bracht kastelen en het feodale systeem naar de regio. De Cornish opstand van 1497 was een reactie op hoge belastingen en de stopzetting van de tinmijnbouw door Hendrik VII. De opstand werd neergeslagen, maar elf jaar later kreeg Cornwall weer autonomie over zijn tinproductie. 
De Cornish taal begon vanaf de 13e eeuw te verdwijnen door de toenemende invloed van het Engels. John Davey uit Zennor (1812-1891) wordt beschouwd als een van de laatste sprekers met traditionele kennis van het Cornish, hoewel zijn vaardigheden waarschijnlijk beperkt waren tot woorden en zinsdelen. De taal werd in 2009 door UNESCO opnieuw geclassificeerd van "uitgestorven" naar "ernstig bedreigd" door succesvolle pogingen om deze opnieuw leven in te blazen. 

19e-20e Eeuw: De Grote Emigratie
De 19e eeuw werd gekenmerkt door massale emigratie uit Cornwall. Tussen 1840-1900 emigreerden meer dan 240.000 Cornishmen naar het buitenland, vooral naar gebieden met mijnbouw. Deze exodus werd veroorzaakt door de neergang van de tinmijnbouw en economische moeilijkheden.

Het Arthurverhaal

Het Arthurverhaal

Het verhaal van Koning Arthur vormt een centraal onderdeel van de culturele identiteit van Cornwall en Devon, hoewel de historische basis ervan omstreden blijft.
 
Het verhaal
Het verhaal van Koning Arthur leeft nog altijd in het culturele geheugen van Engeland en heeft diepe wortels in het landschap van Cornwall en Devon. Het is een archetypisch verhaal over een koning die rechtvaardigheid, verbinding en wijsheid belichaamde. Het verhaal begint volgens veel versies met Merlijn, de mysterieuze tovenaar die zowel ziener als magiër was. Hij doorzag de chaos in Brittannië en voorspelde dat een koning nodig was die vrede kon brengen. Zo leidde hij Uther Pendragon op magische wijze naar Igraine, uit wiens betoverde ontmoeting Arthur werd geboren.
 
beeld-koning-arthur

De Michael-Mary Alignment

De Michael-Mary Alignment

In de jaren zestig ontdekte geomant en auteur John Michell dat een opvallend rechte lijn het Engelse landschap doorkruist van Land’s End in Cornwall tot aan het noordoosten van Engeland. Deze lijn, later bekend geworden als de Michael–Mary alignment, verbindt een groot aantal bijzondere plekken in het landschap. Ze is georiënteerd op de zonsopkomst rond de eerste week van mei — de tijd van het Keltische Beltane-feest, dat het begin van de zomer markeert. Dit moment valt halverwege het lentepunt (21 maart) en het zomerpunt (21 juni). Het woord Beltane is van oud-Keltische (Gaelische) oorsprong en betekent mogelijk ‘helder vuur’ of ‘vuur van Bel/Baal’. Volgens overlevering werden op deze datum vuren ontstoken op heuveltoppen, waaronder ook plekken op of dichtbij deze lijn. Dit gebruik was echter breder verspreid en niet beperkt tot de lijn zelf.
 
kaartenbijlage
/bg-704

Alignments

mary-aligment

De Michael-Mary Alignment

In de jaren zestig ontdekte geomant en auteur John Michell dat een opvallend rechte lijn het Engelse landschap doorkruist van Land’s End in Cornwall tot aan het noordoosten van Engeland.
Ontdek hier meer
spiral_transparent

De Apollo–Athena alignment

In het uiterste zuidwesten van Engeland kruist de Michael–Marylijn een andere, grote energiebaan: de Apollo–Athena alignment. Deze lijn, eveneens beschreven door Broadhurst en Miller, loopt van Skellig Michael (Ierland) via onder meer St. Michael’s Mount, Mont Saint-Michel, Pisa, Siena, Assisi, Delphi, de Akropolis en Delos, tot in Israël en verder. Tijdens een meerjarige verkenning onderzochten Broadhurst en Miller ook deze lijn. Zij bezochten onder andere krachtplaatsen als St. Michael’s Mount en Men-an-Tol, een opmerkelijk megalithische fenomeen met een karakteristieke steen met een rond gat.
Ontdek hier meer